Handtekening van s(uste)r Constancia Houssiere onder haar verklaring van 2 augustus 1734 (AAM, Cisteaux - Roosendael, Walem, nr. 3)
Catharina Joanna Houssiere, religieuze in Roosendael
Uit deze genalogische schets blijkt overduidelijk dat Catharina Joanna Houssiere uit een familie met aanzien stamt: haar grootvader, vader en oom waren drossaard of baljuw. Haar grootvader langs moederzijde was apotheker. Bijkomende opzoekingen kunnen dit ongetwijfeld nog beter illustreren.
Bij zijn overlijden in januari 1721, liet Joannes Baptiste Henricus Houssiere zijn weduwe na met drie zeer jonge kinderen: Catharina Joanna, dan ca. 9 jaar, Franciscus Bernardus, ca. 6 jaar en Joannes Baptista, ca. 2 jaar oud.
Begin januari 1733, tijdens het abbatiaat van gravin Ludwina Van der Nath (1719-1742), trad Catharina Joanna Houssiere in, in de abdij van Roosendael. Zij was dan 20 jaar.
In opdracht van Thomas-Philippus Kardinaal dAlsace (1715-1759) ondervroeg kanunnik en aartspriester J.F. Foppens haar dat jaar op 3 augustus in verband met haar roeping.
Catharina Joanna verklaarde dat zij een half jaar voordien in t clooster quamp [en dat zij] de vaste resolutie genomen heeft om religieuse te worden met opsight alleen van godt te dienen, met volle deliberatie ende raet van haeren biechtvader, niet op vreese oft sollicitatie van moedere nochte van vrienden... Zij deelde mee dat zij de statuten en de regels van het klooster kende, aan niemand een huwelijksbelofte had gedaan en geen verborgen kwaal had, die haar professie zou beletten.
Het jaar nadien, op 2 augustus 1734, ondervroeg J.F. Foppens haar opnieuw in opdracht van de kardinaal, wat gebeurde in de abdij. Catharina Joanna Houssiere had als novice de kloosternaam Constancia aangenomen.
Zij deelde mee dat ze 22 jaar oud was, geboren uit het wettig gesloten huwelijk van Joannes Baptista Houssiere, inmiddels overleden, en Catharina Joanna Janssens. Zij verklaarde dat ze méér dan 10 maanden novice was en graag op 26 september e.k. haar professie zou afleggen. Zij had kort na haar intrede haar testament laten verlijden voor de Mechelse notaris Karel De Quertenmont. Voor het overige herhaalde zij wat zij het vorige jaar had meegedeeld. Ook deze verklaring ondertekende zij met een vlot en sierlijk geschrift.
Het was de gewoonte bij de intrede of vóór de professie en het afleggen van de geloften dat een novice haar testament liet verlijden voor een notaris. Dat gebeurt nu nog. Hiermee en samen met het aannemen van een kloosternaam, nam de novice op symbolische wijze definitief afscheid van de wereld, om als geestelijke een nieuwe wereld binnen te stappen.
Catharina Joanna Houssiere liet haar testament verlijden op 23 januari 1733. Zij verklaarde dat haar moeder hertrouwd was met Bernardus Henricus Jodogne ende dat sij ontfangen [is] als religieuse in d abdije van Roosendael ontrent eene ure van dese stadt naer de seijde van de gene van Antwerpen. Zij wenste vóór haar dood of haar professie haar testament op te maken. Haar enige halfzuster Joanna Francoise Jodogne bedacht zij met een jaarlijkse rente van 10 gulden 10 stuivers courant. Haar beide broers Franciscus Bernardus en Joannes zouden na haar dood of professie ieder evenveel ontvangen van wat zij zou nalaten, behalve hetgene de comparante noodigh heeft gehad om te connen geraeken tot haeren roep van religieuse in de voors(chreven) abdije.
Om een geschil onder haar broers te vermijden, werd een inventaris opgesteld van datgene Catharina Joanna in Roosendael bij haar intrede inbracht, lijst die aan het testament werd toegevoegd.
Tot slot verklaarde zij dat al haar vorige testamenten met deze akte werden opgeheven, tenzij volgend gebedje zou opgenomen zijn:
Ô Jesu Godt en mensch doorboort met duijsent wonden,
en aen het cruys gehecht om onse grove sonden,
Ick bidde dat in doodt aen mij magh t leven sijn,
ende dat den bitteren kelck mij sij tot medecijn,
als mij de felle doodt en satan sal bestreijden,
wildt mij door u(edel)e daedt van alle quaet bevrijden,
al is mijn ziele naeckt, van t Decksel van de Deught,
verleent haar eventueel des hemels soete vreught.
Amen.
Het is duidelijk dat in een vorig testament dit gebed niet was opgenomen en dat het meteen diende om aan te tonen dat deze akte van 23 januari 1723 het enige geldige document was.
Als getuigen traden Jacobus Van Bouchaute op en Peeter Mols, geboortig van Geel, een brouwersgast, dan in Mechelen wonend. Catharina Joanna Houssiere ondertekende haar testament, alsook de inventaris. Deze vat aan met: voor den willecom int clooster comende.
Catharina Joanna Houssiere besteedde bij haar intrede een vierendeel wijn en ieder een stuijvers wittenbroodt (dus voor iedere medezuster).
Zij bracht o.a. mee naar Roosendael: twee witte saergen en een saergien rock ter waarde van 20 gulden 10 stuivers, twee paar lakens, vier fluwijnen, een oorkussen, een sitte kussen, vier ellen zwart laken, drie ellen flanel, twee stoffen rokken (een bruine en een zwarte), een wit slaepelijf, twee witte bombesijne, 18 ellen fijn lijnwaad, twaalf nieuwe hemden, twaalf voorschoijen, twee dozijn neusdoeken en zes handdoeken e.d.m.
Catharina Joanna Houssiere bracht ook een zilveren beker mee, een zilveren lepel, zilveren forchet en een gouden ring, verder een naaimand, een naaikussen en koffer, een koker met twee messen, een kam en borstel.
Zij bezat ook boeken: een brevier psalterium (een brevier met psalmen) en een livevrouw ghetijde (een getijdenboek), een iournaeltie en andere devote boeken.
De inventaris vermeldt dat voor haar kleding een pistool (munt) werd besteed en voor alderkinderendag zes pistolen.
Zij had een lijfrente van 18 gulden per jaar en voorzag de tractatie ter gelegenheid van haar professie een aeme rijnse wijn.
Tot slot vermeldt de inventaris dat, mocht zij uittreden, 200 gulden per jaar moest betaald worden aan Roosendael en 600 gulden voor de onkosten van de kleding en de maaltijd zowel van haar noviciaat als de professie.
Het is duidelijk dat Catharina Joanna Houssiere een hele uitzet meekreeg en dat zij op haar 20 jaar behoorlijk gegoed was.
Catharina Joanna Houssiere werd koornon in de abdij van Roosendael.
Na het overlijden van abdis Ludwina Van der Nath was zij één van 32 religieuzen die in 1742 Norbertine de Berghe (1742-1754) als haar opvolgster kozen. Zuster Constancia nam toen de 27ste plaats in. Bij de verkiezing van de nieuwe abdis in 1754, waaraan 28 religieuzen deelnamen, nam zij de 18de plaats in. Toen werd Agnes Haegens (1754-1788) gekozen.
In het obituarium van de abdij van Roosendael wordt Constancia Houssiere vermeld op 18 april; het jaar waarin zij overleed staat helaas niet genoteerd.
Nawoord
Met aantal bijdragen over de religieuzen van de voormalige abdij van Roosendael, illustreerden wij dat de koornonnen uitsluitend gerecruteerd werden uit families van oude adel of ambtsadel met naam en faam. Alle abdissen behoorden hier toe. Zelfs lekenzusters kwamen uit gegoede en geachte families. Roosendael had hierin een echte traditie. Met Catharina Joanna Houssiere is dit beeld bevestigd.
Mechelen, 10 januari 2007
François van der Jeught
11-01-2007 om 00:00
geschreven door willy 
|